NL               FR
 
Museum     Boekingen     Online Bezoek     Geschiedenis v/d lampen    
In de klas    Lumina & Co     Lampen te koop     Uitvindingen     Video
 
Home
Openingsuren
    Prijzen
Hoe bereiken ?
Groepsbezoeken
Pers & Media
Links
Downloads
Contact

Nieuws

Planten & Dieren      Branstof      Feesten
 

Planten & Dieren

1) De Glimworm
2) Het elegante lantaarntje.
3) Het kleine Chinese lantaarntje.
4) Diodon
5) Lantaarnvis

De Glimworm (Lampyris noctiluca)!

Net als het lieveheersbeestje is de glimworm of vuurkever (foto hiernaast) een erg populair insect. Klein én groot voelen dezelfde kriebels als ze dit lichtje op een mooie zomernacht in het donker ontdekken.
 

Net als het lieveheersbeestje is ook dit diertje een schildvleugelige en is al net zo'n geduchte jager. Maar daar houdt de vergelijking ook op. De glimworm is absoluut geen gewoon insect. Laten we samen nagaan wat dit beestje nu zo bijzonder maakt.

De bekendste eigenschap is uiteraard het vermogen om een duidelijk zichtbaar licht af te geven. Al is dat lichtje vaak erg irreëel omdat het uit het niets lijkt op te duiken. Die bioluminescentie (zie FAQ), want zo heet dit fenomeen, is inderdaad erg ongebruikelijk: dit is immers een zogenaamd "koud licht" dat dus geen enkele warmte afgeeft. Zonder echt diep in te gaan op het biochemische proces dat dit licht genereert, kunnen we kort samenvatten dat die luminescentie het resultaat is van de enzymatische oxidatie van een heel specifiek vet.

Nu we bij toch bij de bionica zijn aanbeland, stippen we graag even aan dat de glimworm het concept van het "koude licht" lang vóór de mens heeft uitgevonden.

De glimworm, die overigens in niets op een worm lijkt, valt op door de opmerkelijke verschillen tussen beide geslachten. Het mannetje heeft alles wat een zichzelf respecterende schildvleugelige hoort te hebben, waaronder een paar dekschilden. Terwijl het vrouwtje allesbehalve aan een schildvleugelige doet denken.

We onthouden ook en vooral dat het volwassen vrouwtje haar hele leven lang de morfologie van een larve behoudt. Dit is volstrekt uitzonderlijk voor een schildvleugelige, maar komt nog bij andere insecten voor. Zo bijvoorbeeld de termieten, al moet gezegd dat het hier om neotene vrouwtjes gaat en niet om volwassen dieren in de strikte zin van het woord.
 







 van boven naar onder:
 1)- "nimf" van een vrouwelijke glimworm
 2)- volwassen vrouwtje (merk op dat de randvlekken uit het larvestadium zijn verdwenen);
 3)- buikaanzicht;
 4)- de glimworm van dichtbij
 





vrouwelijk ....en "verlicht"!







van boven naar onder:
 1)- mannelijke glimworm op de rug gezien;
 2)- mannetje in buikaanzicht;
 3)- koppel;

De glimworm is een groot verorberaar van slakken en ook op dat vlak valt hij op door zijn op z'n minst originele en haast chirurgische techniek. Hij verdooft zijn prooi immers voor hij die verorbert. "Verdoven" is hier effectief het juiste woord, want de slakken in kwestie kunnen achteraf nog 'bijkomen". Al wilt u een glimworm liever niet als tafelgenoot: dit diertje is een aanhanger van de buitenorale spijsvertering, in die zin dat hij de weefsels van zijn slachtoffers tot een vloeistof weekt vóór hij ze naar binnen werkt. Ook opvallend overigens is dat die verdoving bijzonder doeltreffend en uiterst subtiel wordt toegediend. Voor het slachtoffer voelt de prik veeleer aan als een lief bedoeld kusje, zodat elk verdedigingsreactie bij de arme slak uitblijft (terugtrekken in de huisschelp of slijm verspreiden, bijvoorbeeld).

Ter vergelijking verwijzen we naar de vele vliesvleugeligen die hun prooi verlammen, doorgaans om het voortbestaan van hun nageslacht te verzekeren. Die verlamming is echter onomkeerbaar en wordt toegebracht door een steek met een angel die steeds doelgericht wordt toegebracht om de zenuwcentra van het slachtoffer niet te missen.

We keren nog een keer terug op die bioluminescentie en meer bepaald naar de larve van de glimworm. De jonge diertjes beschikken ook over lichtgevende cellen die op dezelfde manier functioneren, zij het op een veel beperktere manier en zonder duidelijke rol. Bij volwassen vrouwtjes zitten de cellen op een andere plaats en geven een veel sterker licht, met een duidelijke seksuele functie. De lichtgevende orgaantjes bevinden zich op haar buik en het vrouwtje probeert die zo duidelijk mogelijk tentoon te stellen. Met een beetje geluk ziet u hoe ze soms haar lampje lui heen en weer beweegt, in de hoop de aandacht te trekken van de vlot rondvliegende mannetjes.
 

Net daarom wellicht zijn de ogen van de mannetjes gigantisch groot. Ze zijn zelfs ronduit hypertrofisch en de rest van de kop stelt nagenoeg niets voor in vergelijking met die ogen (zie foto hiernaast). Wat uiteraard doet vermoeden dat er een verband bestaat met het buiklampje van de vrouwtjes en dat het zoeken naar een partner voornamelijk een visuele aangelegenheid is. Tot slot geven we u nog mee dat bij het vrouwtje het licht uitgaat zodra een mannelijke glimworm letterlijk tegen haar lamp aanvloog.

Het elegante lantaarntje.

Deze " waterjuffer " is ± 3 cm groot en tamelijk gemakkelijk herkenbaar.

Haar onderbuik is praktisch totaal zwart, behalve het laatste segment dat helder blauw is.

Het elegante lantaarntje is een veelvuldig voorkomende soort die men aantreft bij allerhande stilstaande
Men vindt haar in heel Europa, behalve in het uiterste noorden en in Spanje.

Het kleine Chinese lantaarntje.

Het kleine Chinese lantaarntje is niet afkomstig van China, maar van Natal in Zuid Afrika.

Het is een zeer tenger plantje waarvan de stengel heel dun is en de blaadjes klein maar dik.

De kleine knolletjes schieten wortel wanneer ze de grond raken.

De kleine bloempjes zijn voorzien van een spitsvondig systeem, in de holte van het onderste gedeelte van de bloem, dat de vliegjes vangt, die de bloem moeten bevruchten, vooraleer ze weer vrij worden gelaten.

Diodon

Het diodon type groepeert vissoorten die zich kunnen opblazen. Een andere eigenschap is dat zij voorzien zijn van stekels.
De diodon soorten worden ook dikwijls egelvis, stekelvis of zee-egel genoemd.



Wanneer zij zich bedreigd voelen, blazen de diodons zich op om hun aanvaller af te schrikken. Zij worden opgeblazen door de lucht of het water dat in hun slokdarm wordt gepompt tot zij bolvormig worden.

Diodons stapelen in al hun organen een gifstof op, tetrodotoxine genaamd, waardoor ze dodelijk giftig worden. Deze gifstof is dus een bijkomend wapen om eventuele roofdieren te ontmoedigen.

Tijdens de middeleeuwen werden deze vissen dikwijls gebruikt om er kaarslantarens van te maken. Er hangt er een in het Lumina museum in de vitrine van de lantarens.

Tijdens ons verblijf in Senegal hebben wij een netvisvangst meegemaakt.







Bij de gevangen vissen was er een kleine egelvis.



De lantaarnvis

Zeeën en oceanen vertegenwoordigen meer dan 70 % van de oppervlakte van onze planeet, het is dus logisch dat zij een aanzienlijk aantal levende wezens omvatten, waaronder namelijk de vissen. Vandaag bestaan er ongeveer 23.000 waargenomen soorten. Het aantal gekende soorten kan misschien belangrijk lijken, maar vergeleken met de geschatte diversiteit, is dit eerder gering. Langzaamaan en in functie van technologische innovaties die toelaten om meer omvangrijkere dieptes te kunnen onderzoeken, ontdekken wij nieuwe aanwinsten die enorm verschillend zijn van hun soortgenoten op morfologisch gebied.



Men heeft lang gedacht dat er geen enkel dierenleven mogelijk was in "abyssen" (diepzeewateren). Maar waarom? Door de afwezigheid van fytoplankton beneden een diepte van 200 m. Deze plant is de basis van de ganse voedingsketen, zij vereist licht om fotosynthese te kunnen aanmaken. Op een zekere diepte is dit niet meer mogelijk omwille van onvoldoende licht. Maar dit betekent niet dat er geen enkel dierenleven meer mogelijk is. In tegendeel, een heel opmerkelijke fauna is erin geslaagd zich aan te passen aan deze vreemde omgeving.
Op ongeveer 1000 meter diepte heerst er geen totale duisternis, er is nog een beetje licht dat doordringt waardoor een soort permanente schemering ontstaat. Men treft er weekdieren, schaaldieren en grillige of monsterachtige vissen aan. Alle vissen hebben ontzettend grote ogen om het gebrek aan licht te kunnen opvangen en zeer scherpe grote tanden.
Beneden de 4.000 meter zijn de vissen uitzonderlijk groot. Sommigen kunnen een lengte van 4 meter bereiken en enkele individu's zoals de lantaarnvis produceren hun eigen licht. Dit fenomeen wordt bioluminescentie genoemd.