NL               FR
 
Museum     Boekingen     Online Bezoek     Geschiedenis v/d lampen    
In de klas    Lumina & Co     Lampen te koop     Uitvindingen     Video
 
Home
Openingsuren
    Prijzen
Hoe bereiken ?
Groepsbezoeken
Pers & Media
Links
Downloads
Contact

Nieuws

Planten & Dieren      Branstof      Feesten
 

Brandstof

1) Koolzaad
2) Olijfolie

Koolzaad

Koolzaadolie.
Koolzaad is een grote plant. De gele bloemen veranderen in fijne peulvruchten, te vergelijken met de groene prinsessenbonen. Ze bevatten 20 à 30 zwarte ronde zaden. Deze zaden geven 38 à 40 % olie.
Om de olie te bekomen worden de zaden eerst gepeld, daarna geplet. Het bekomen meel wordt verwarmd op 80°C, nadien zeer hard geperst. De ruwe olie loopt eruit.
Koolzaadolie werd zeer frequent gebruikt als brandstof voor olielampen, vooral in de 18e en 19e eeuw.
Dit was de brandstof bij uitstek voor praktisch alle mechanische lampen die ontstonden na de verbeteringen die werden aangebracht door Argand.

Koolzaad
Koolzaad (Brassica napus) is een eenjarige plant met gele bloemen van de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae), vooral geteeld voor de productie van voedingsolie en bio-brandstof.
Samen met zonnebloemolie en olijfolie is het één van de drie belangrijkste bronnen van plantaardige voedingsolie in Europa.
In Canada bestaat er een variëteit van lentekoolzaad met laag gehalte aan bitterheid bekend onder de naam "canola".


Fotograf/Urheber: Tilo Hauke, Deutschland

Etymologie : "colza" in het Frans komt van het Nederlands "koolzaad" (letterlijk vertaald : zaad van de kool).
Wetenschappelijke naam : Brassica napus L. var. napus, kruisbloemenfamilie, onder-familie van Brassicoidae.

Geschiedenis
Koolzaad is een plant die voortkomt van een spontane kruising tussen een kool en een raap. De oorsprong van deze bastaardplant is nog niet opgehelderd. De kruising zou kunnen gebeurd zijn, ofwel in volle natuur, in de rand van het Mediterraan bekken, of in de groentetuinen waar naast elkaar kolen voor menselijk gebruik en rapen voor de productie van verlichtingsolie, werden geteeld.

De bastaardplant zou onder twee vormen zijn geselecteerd : koolzaad voor de olie en de koolraap voor zijn wortels.

Teelt
Koolzaad wordt overal ter wereld geteeld, voornamelijk in de gematigd koele gebieden, voor de dierenvoeding, voor de productie van voedingsolie, en meer recent voor de productie van bio-brandstof.

Productie
De voornaamste productielanden zijn de Europese Unie, Canada, de Verenigde Staten, Australië, China en India. In India vertegenwoordigt deze teelt 13 % van de bewerkte oppervlakten. Volgens het Ministerie van Landbouw in de Verenigde Staten was dit in het jaar 2000 de derde oliecultuur in de wereld, na soja en palmolie, en de tweede voor de productie van proteïnen, alhoewel zij slechts 1/5 van deze van soja vertegenwoordigt.
In Europa wordt koolzaad hoofdzakelijk geteeld voor dierenvoeding (omwille van zijn hoog gehalte aan vetstoffen en minder aan proteïnen).


Olijfolie
 

Deze goudgele vloeistof die de natuur en de telers van olijfbomen, door veel inspanningen en liefde voor hun vak, ons bezorgen, heeft niet alleen de tafels versierd sedert millennia, maar heeft ze ook belicht.

Olijfolie is inderdaad voor de lampen de meest gebruikt brandstof van de Egyptische periode tot na de Middeleeuwen.

Het is dus uiteraard logisch dat Lumina Domestica, het museum van de verlichting van Brugge, er zich aan interesseert.

Wij hebben, dank zij de goedwilligheid en de vriendelijkheid van onze vriend industriële bakker, de Heer Jean Luc Couturier en zijn charmante echtgenote Geneviève, de mogelijkheid gehad om verschillende producenten van olijfolie in La Vallée des Baux de Provence te bezoeken en werden er zelfs gehuldigd ter gelegenheid van het feest van de olijfboom, dat heeft plaats gehad in Mouriès van 1 tot 3 december 2006.

Beeld van de olijvenoogst


 

 


 

Het reinigen van de olijven
 



 

Het pletten van de olijven
 

Het vullen van de "scourtins" of mandjes waarin de olijfpasta wordt uitgespreid vóór de persing.
 

Het persen van de olijfpasta

De molens van La Vallée des Baux en van Les Alpilles.

Van de bloem tot het plukken van de olijven.

De olijfboom wordt niet op regelmatige basis geoogst. Hij bloemt in mei en "taneert" in juni (vruchtvorming en begin van de olijfcyclus).
Men oogst de "salonenques" met de hand in september die dienen om geplet te worden. In oktober oogst men de groene olijven en in december de zwarte olijven. De oogst voor de produktie van de olijfolie gebeurt van Allerheiligen tot Kerstmis (van 11 november tot 25 december). Iedere plukker oogst maximum 100 kg olijven per dag, hetzij met de hand, hetzij met het net (het net wordt onder de boom gelegd en met een speciale hark worden de olijven "afgekamd" van de takken).

 

Typische fruitige variëteiten van La Vallée des Baux

· Salonenque : van het gebied van Salon, vertegenwoordigt 50 % van de plantages van La Vallée des Baux
· Grossane : typisch voor La Vallée des Baux. Geeft de meest verfijnde en fruitige olie en vertegenwoordigt 10 % van de plantages van La Vallée des Baux.
· Béruguette of aglandau of blanquette : de meest karaktervolle olie, vertegenwoordigt 20 % van de plantages van La Vallée des Baux.
· Verdale : typisch voor het departement. Vertegenwoordigt 10 % van de plantages van La Vallée des Baux.
· Andere lokale variëteiten : picholines, bizarudes, pollinisatrices. Vertegenwoordigen 10 % van de plantages van La Vallée des Baux. .
 

INLEIDING

De olijfolie, gekend voor haar goede smaak en goed voor de gezondheid, is geen culinaire merkwaardigheid, maar een uitstekend produkt met meerdere smakelijke kwaliteiten.

EEN BEETJE GESCHIEDENIS ...

De teelt van de olijfboom dateert van 3000 jaar vóór Christus, in Palestina, Syrië en Fenicië, maar hij werd vooral in Griekenland verspreid.
Daarna breidt hij zich uit naar Egypte onder het Nieuwe Keizerrijk, naar Sicilië, Sardinië en Italië, nadien naar de Provence. Men vindt hem in alle provincies van het Middellandse Zee bekken onder het Romeinse Rijk.

VEELVULDIGE GEBRUIKEN

In de Oudheid werd olijfolie veelvoudig gebruikt :
· in de voeding,
· in de geneeskunde (in de bereiding van geneeskundige drankjes),
· om de spieren op te warmen, om het haar te voeden, in de samenstelling van zeep …
· als brandstof in kleine aarden of bronzen lampjes…

WIE PRODUCEERT *

In Europa produceert men olijfolie in 5 landen :
 

Landen : Ton in 98/99 :
Spanje 791 900
Italië 403 500
Griekenland 473 000
Portugal 35 100
Frankrijk 3 400

Van de 830 miljoen olijfbomen geteeld in de gehele wereld, heeft Europa het grootste aantal (650 miljoen, hetzij 78 %).

De gebieden in Frankrijk waar olijfbomen gepland worden zijn de PACA landen, Corsica, Rhône Alpen en de Languedoc Roussilon.

De verbruiksgewoonten van olijfolie verschillen van land tot land :
een Griek verbruikt gemiddeld 24,5 liter olijfolie per jaar, een Spanjaard 12,62 liter, een Italiaan 12,30 liter en een Fransman 1,34 liter.


* Bron : Internationale Raad van Olie producerende landen
** PACA : Provence, Alpen, Côte d'Azur


HET ONTSTAAN VAN DE OLIJFOLIE

De olijfboom vereist zachte temperaturen, een jaarlijks gemiddelde tussen +15°C en +20°C, nooit plotse dalingen onder - 7°C, zelfs indien een koude opstoot noodzakelijk is voor een goede vruchtvorming.

De olijfboom stelt geen speciale bodemvereisten : hij gedijt in ondankbare, steenachtige, kalkachtige en droge bodems. Zijn wortels zijn diepgaand om het water te zoeken. De nauwgezette zorgen verbeteren zijn rendement: grondbewerking in de herfst en bemesting. Het snoeien geeft aan de boom zijn vorm en statigheid. De snoei elimineert nutteloze takken. Daarenboven bieden deze werkzaamheden een bescherming tegen parasieten en bepaalde insecten.

VAN BLOEM TOT OLIJF

De bloei :
Na een goede snoeibeurt, komen de nieuwe knoppen te voorschijn in april.
Tot juni, naargelang de gebieden, heeft de bloei plaats. Trossen van witte bloemen ontluiken, maar enkel vijf bloemen op de honderd geven een vrucht: de olijf.

De knopvorming :
In juni begint bij de verwelkte bloemen, de knopvorming (t.t.z. het moment waarop de kern van de vrucht langzaamaan verhardt). Het vruchtvlees "steenvrucht" genoemd, wordt vleziger.

Het verkleuren :
De olijven zijn eerst zuur en groen, nadien komt de verkleuring, het moment waarop de groene kleur van de olijven evolueert; de olijven zijn zacht groen en evolueren naar een meer uitgesproken groen tot een purperkleur in de herfst, en ten slotte tot een zwarte kleur in de winter.

De pluk :
"Met Ste. Catherine, op 25 november, is de olie in de vrucht": hoe verder de rijping evolueert, hoe meer de vrucht zich verrijkt met olie.
Van november tot februari is het de tijd om de olie bevattende olijven te plukken.
De oogst gebeurt nog altijd met de hand voor de laaghangende takken.
Bij het afslaan van de vruchten van de hogere takken van de bomen worden de olijven op grote matten of netten opgevangen. De handenarbeid bij dit soort werk is belangrijk : een plukker of plukster verzamelt van 60 tot 240 kg olijven per dag.

In de grote olijfboomplantages gebruikt men sinds de jaren zeventig schudmachines, triltoestellen en oprapers die de taak vergemakkelijken.
De nadelen hiervan zijn echter niet te verwaarlozen, daar de olijven ongeschonden tot bij de persmachine moeten geraken.
Een boom produceert van 15 tot 50 kilo's olijven per jaar, maar is slechts om de 2 jaar productief.

DE PRODUCTIE VAN DE OLIJFOLIE

Olijfolie is een natuurlijk produkt daar ook de produktie een voorbeeld van eenvoud is: wassen, pletten, persen, decanteren, opslaan.
Met andere woorden, men neemt de olijf, men perst haar en men vangt het sap op.
De olijf moet bij voorkeur de dag van de pluk geperst worden om fermentatie te voorkomen.

De bewerking kan beginnen:

Het wassen

De vooraf gesorteerde olijven worden met koud water gewassen om dunne twijgjes en bladeren te verwijderen.

Het pletten en kneden

De pletmachine plet de niet ontpitte olijven : de pit van de olijf bevat een antioxidant, een natuurlijk bewaarmiddel. De bekomen vettige pasta wordt gekneed en wordt een zeer homogene massa.

Het persen

Het meest verspreide systeem van extractie is de hydraulische koude persing.
De pasta wordt verdeeld in porties van 2 à 5 kg op ronde schotels, "scourtins" genaamd, die zeer resistent moeten zijn, maar ook de vloeistof moeten doorlaten.
De scourtins die met een laag pasta bedekt zijn, worden per 25 of 30 stuks op elkaar gestapeld om geperst te worden. Men behoudt het vaste gedeelte van de pasta en laat het vloeibare gedeelte dat bestaat uit een mengeling van olie en water margines genaamd, weglopen.

Decanteren of centrifugeren

Bij natuurlijke decantering wordt de olie aan het oppervlak van de margines opgevangen; centrifugeren is een veel snellere en meer doeltreffende methode wanneer ze goed uitgevoerd wordt. De opgevangen olie is de zuivere olijfolie.

Opslaan

De olijfolie wordt onmiddellijk in inox kuipen gestockeerd teneinde oxidatie te vermijden. Eenmaal gebotteld, moet de olijfolie bewaard worden op een koele en donkere plaats en bij voorkeur verbruikt worden binnen de 2 jaar.

DE VERSCHILLENDE OLIJVEN DIE GEBRUIKT WORDEN OM OLIE TE PRODUCEREN

De variëteiten van olijven zijn talrijk en komen voort van een dertigtal soorten olijfbomen waarvan de meest belangrijke in onze regio's :
de Olea Europea is.
Er bestaan verschillende variëteiten naargelang de bodem en het klimaat.
Zij geven telkens een verschillende olie. Nemen we als voorbeeld Spanje :

- de variëteit "arbequina" is eigen aan Catalonië
- de "picual" : de provincie Jaén,
- de "hojiblanco" : de provincie Cordoue,
- de "cornicabra" : de provincie Ciudad Real.

Er bestaan zoveel variëteiten, oliekleuren, met zachte en mindere zachte smaak en geur : de kenmerken van olijfolie hangen ook af van het aantal uren zonneschijn, de droogtegraad, de samenstelling van de bodem, de teeltwijze, de persingmethode.
In Frankrijk zijn de verschillende variëteiten ook zeer goed aangepast aan de bodem:

- de fameuse "tanche de Nyons ", volledig rond,
- de "lucques",
- de "picholine",
- de "aglandau",
en nog andere…

HET GEDRAG VAN OLIJFOLIE

De bewaring van olijfolie

De olie die pas uit de molen komt evolueert zeer snel. Gedurende de eerste twee maanden verbetert ze nog, de smaken worden voller. Een "groene" olie, waarvan de olijven onmiddellijk na de oogst geplet worden (zonder stockering gedurende 2 of 3 dagen) zal zeer sterk veranderen in 6 maand tijd.
Ze zal rijpen. In het algemeen bewaart de olie maximum 2 jaar.

De ideale bewaringsvoorwaarden bestaan erin de fles op een koele (tussen +15°C en +18°C) en donkere plaats te bewaren. Men moet temperatuurschommelingen vermijden die de smaak beïnvloeden.

Indien U de olijfolie bewaart op minder dan 8°C, zal ze stollen en troebel worden. Bij gemiddelde bewaringsvoorwaarden zal haar kleur bleker worden na een jaar en zal ze van haar aroma verliezen.

 


Olijfolie om te verwarmen

In Frankrijk bestaat er een vooroordeel, behalve in het zuiden, waarbij men beweert dat olijfolie niet geschikt is om te bakken.
Hetgeen fout is, zij is zeer geschikt om te bakken : de verwarmingsgraad bedraagt 210°C, zoals deze van arachideolie, deze van zonnebloemolie bedraagt 170°C, deze van margarine 140°C en van boter 132°C.
Het is een uitstekende bakolie, die eveneens zeer geschikt is voor zowel kort aanbraden, stoofgerechten en voor frituren.

Opgelet echter, het is niet aangeraden om de verbrandingstemperatuur te bereiken die de chemische samenstelling van de olie wijzigt, waardoor reukloze maar schadelijke stoffen vrijkomen. Deze wijzigingen gelden voor alle vetlichamen.
Daarenboven bestaat er op deze temperatuur brandgevaar.

Tijdens de bereiding, wanneer er niet wordt gefrituurd, is het aanbevolen om de temperatuur van de olie te verminderen op 165°C. De olie moet even vaak als nodig is, veranderd worden en bewaard worden in een hermetisch gesloten recipiënt, afgesloten van de lucht.

Bij kort aanbraden of bruin bakken, moet men vermijden dat de verbrandingstemperatuur bereikt wordt, omdat de olie hierdoor degenereert en haar originele smaak verliest.

DE VERSCHILLENDE TYPES OLIJFOLIE

Benamingen en bepalingen van olijfoliën en derivaten van olijven omschreven in artikel 35
(Reglement van de Europese Commissie (EEG) n°356/92, gepubliceerd in het Wetboek N° L39 van 15 februari 1992)

In Frankrijk zijn de meest courante de "vierge" olijfoliën :

Het zijn de oliën die bekomen worden van de vrucht van de olijfboom, enkel door machinale of andere fysische methodes, onder thermische voorwaarden, die geen wijzigingen van de olie teweegbrengen, en die geen enkele andere behandeling ondergaan hebben, buiten het wassen, het decanteren, het centrifugeren en filtreren, met uitzondering van de oliën bekomen door verdunning of door methodes van wederverestering en door vermenging met andere soorten oliën.

Bij de " vierge " olijfoliën onderscheidt men :

1. de extra vierge olijfolie : olijfolie verkregen bij eerste persing, met een smaakquotering van minstens 6,5 op 10. Dwz een onberispelijke smaak. Ze mag een gehalte van ten hoogste 1 % vrije vetzuren bevatten. Verder moet de olie nog voldoen aan de andere normen vastgelegd voor deze categorie.

2. de vierge olijfolie : (de benaming " fijn " mag gebruikt worden in het stadium van produktie en in de groothandel) :
olijfolie verkregen bij eerste persing, met een smaakquotering van minstens 5,5 op 10. Een gehalte van ten hoogste 2% vrije vetzuren. Verder moet de olie nog voldoen aan de andere normen vastgelegd voor deze categorie.

3. de courante vierge olijfolie : olijfolie verkregen bij eerste persing, met een smaakquotering van minstens 3,5 op 10. Een gehalte van ten hoogste 3,3 % vrije vetzuren. Verder moet de olie nog voldoen aan de andere normen vastgelegd voor deze categorie.

4. heldere vierge olijfolie:
olijfolie verkregen bij eerste persing, met een smaakquotering van minder dan 3,5 op 10. Een gehalte van meer dan 3,3 % vrije vetzuren. Verder moet de olie nog voldoen aan de andere normen vastgelegd voor deze categorie.

Er bestaan ook geraffineerde olijfoliën, gewone olijfolie, olijfolie van ruwe olijvenresidu's, olijfolie van geraffineerde olijvenresidu's en olie van olijvenresidu's.

OLIJFOLIE EN HERKOMSTBENAMING

In 1992, heeft de Europese Commissie systemen uitgevaardigd voor valorisatie en bescherming van geografische benamingen (AOP en IGP) en traditionele specialiteiten (STG)

Wat is een AOP ? Appellation d'Origine Protégée
of BOB = Beschermende Oorsprongs-Benaming : duidt de benaming van het produkt aan waarvan de productie, de behandeling en de verwerking moeten plaatshebben in een welbepaald geografisch gebied met een erkende en vastgestelde know-how. Om de verbruiker bepaalde richtlijnen te geven kan de BOB eventueel vervangen worden door gelijkwaardige traditionele kentekens (in het Frans AOC, in het Italiaans DOC) of de Spaanse benaming "denominacion de origen".

Wat is een IGP ? Indication Géographique Protégée
of BGA = Beschermende Geografische Aanduiding : hier wordt de link gemaakt met het gebied waar de produktie, de verhandeling of de verwerking plaats vindt.

Wat is een STG ? Specialité Traditionnelle Garantie
of GTS = Gewaarborgde Traditionele Specialiteit : verwijst niet naar de oorsprong van een produkt maar heeft als doel de waarde van een traditionele samenstelling van een produkt of een traditionele productiemethode te benadrukken.

Frankrijk telt in het totaal twee AOP (of BOB: Beschermende Oorsprongs-Benamingen) :

- de olijfolie van Nyons
- de olijfolie van de Vallée des Baux de Provence.