Deze " waterjuffer " is ± 3 cm
groot en tamelijk gemakkelijk herkenbaar. Haar onderbuik is praktisch totaal zwart, behalve het laatste segment dat helder blauw is. Het elegante lantaarntje is een
veelvuldig voorkomende soort die men aantreft bij allerhande stilstaande
waters, maar ook bij rustige rivieren. |
|
Het kleine Chinese lantaarntje. Het kleine Chinese lantaarntje is
niet afkomstig van China, maar van Natal in Zuid Afrika. Het is een zeer tenger plantje waarvan de stengel heel dun is en de blaadjes klein maar dik. De kleine knolletjes schieten wortel wanneer ze de grond raken. De kleine bloempjes zijn voorzien
van een spitsvondig systeem, in de holte van het onderste gedeelte van
de bloem, dat de vliegjes vangt, die de bloem moeten bevruchten,
vooraleer ze weer vrij worden gelaten. |
|
Het diodon type groepeert vissoorten die zich kunnen opblazen. Een andere
eigenschap is dat zij voorzien zijn van stekels. ![]() Wanneer zij zich bedreigd voelen, blazen de diodons zich op om hun aanvaller af te schrikken. Zij worden opgeblazen door de lucht of het water dat in hun slokdarm wordt gepompt tot zij bolvormig worden. Diodons stapelen in al hun organen een gifstof op, tetrodotoxine genaamd, waardoor ze dodelijk giftig worden. Deze gifstof is dus een bijkomend wapen om eventuele roofdieren te ontmoedigen. Tijdens de middeleeuwen werden deze vissen dikwijls gebruikt om er kaarslantarens
van te maken. Er hangt er een in het Lumina museum in de vitrine van de
lantarens. ![]() ![]() Bij de gevangen vissen was er een kleine egelvis. ![]() |
|
Zeeën en oceanen vertegenwoordigen meer dan 70 % van de oppervlakte
van onze planeet, het is dus logisch dat zij een aanzienlijk aantal levende
wezens omvatten, waaronder namelijk de vissen. Vandaag bestaan er ongeveer
23.000 waargenomen soorten. Het aantal gekende soorten kan misschien belangrijk
lijken, maar vergeleken met de geschatte diversiteit, is dit eerder gering.
Langzaamaan en in functie van technologische innovaties die toelaten om
meer omvangrijkere dieptes te kunnen onderzoeken, ontdekken wij nieuwe
aanwinsten die enorm verschillend zijn van hun soortgenoten op morfologisch
gebied. ![]() Men heeft lang gedacht dat er geen enkel dierenleven mogelijk was in "abyssen" (diepzeewateren). Maar waarom? Door de afwezigheid van fytoplankton beneden een diepte van 200 m. Deze plant is de basis van de ganse voedingsketen, zij vereist licht om fotosynthese te kunnen aanmaken. Op een zekere diepte is dit niet meer mogelijk omwille van onvoldoende licht. Maar dit betekent niet dat er geen enkel dierenleven meer mogelijk is. In tegendeel, een heel opmerkelijke fauna is erin geslaagd zich aan te passen aan deze vreemde omgeving. Op ongeveer 1000 meter diepte heerst er geen totale duisternis, er is nog een beetje licht dat doordringt waardoor een soort permanente schemering ontstaat. Men treft er weekdieren, schaaldieren en grillige of monsterachtige vissen aan. Alle vissen hebben ontzettend grote ogen om het gebrek aan licht te kunnen opvangen en zeer scherpe grote tanden. Beneden de 4.000 meter zijn de vissen uitzonderlijk groot. Sommigen kunnen een lengte van 4 meter bereiken en enkele individu's zoals de lantaarnvis produceren hun eigen licht. Dit fenomeen wordt bioluminescentie genoemd. |